BR 216 005-9

BR 216 016-9

BR 216 154-5

Hamo met een klokanker motor
conform "Miba´71"

Röwa
met de standaard motor

Röwa
met de standaard motor

Hamo BR 216

 

De BR 216 005-9 is een model uit 1991. In de standaard uitvoering is dit een erg lawaaiig machientje. De Hamo wielen van deze loc zijn Roco-line proof. Deze ratelen niet over deze rail. 

Bij deze ombouw wordt de Lollo uitgerust met een klokankermotor van Lemo Solar. (Zie Miba report ´71). Met de Lemo zal de loc een veel mooier en stiller rijgedrag krijgen. In een eerdere fase is de loc ook al eens onder handen geweest. Daarbij is een NEM 652 stekkerdoosje geplaatst en is de loc uitgerust met profi steekkoppelingen. Voor het plaatsen van de steekkoppelingen is een koppelingshuisje (cat.nr. Märklin 671860) nodig.

Hieronder zijn wat foto's en opmerkingen opgenomen. 

De beginsituatie. 

Demontage. 

Na demontage van het motordraaistel. 

Frezen tot het past.  

De motor gelijmd.

Ook hier moet gefreesd worden.

De motor ingepast in het frame.

Bijnaam: Lollo

Röwa BR 216  

BR 216 016-9 (1e serie)

BR 216 154-5 (2e serie)

Röwa is een modeltreinen merk dat in de jaren ‘70 is overgenomen door Roco. De locs vallen op door de midden-motor met een cardan aandrijving. Ik kan mij geen ander (bekend) merk uit die periode herinneren met hetzelfde aandrijfconcept.
Enig speurwerk leverde op dat het prijsniveau van een Röwa loc ‘hoog’ was. Nu niet meer.
Voor luttele bedragen zijn in een korte periode twee 216’s op de kop getikt, waarbij het oudste model niet rijvaardig was. Het exemplaar uit de 1e serie stamt uit 1972,  het exemplaar uit de 2e serie uit de periode 1973-1975.

 

Plaatje links: De Röwa's uit de 2e en 1e serie.
Plaatjes midden en rechts: De Röwa uit de 2e serie en de Fleischmann 218.

 

De 216’s zijn vrijwel geheel van kunststof. De vormgeving lijkt goed gekozen. Minpunt is dat de kap van het model uit de 1e serie halverwege niet helemaal naadloos aansluit op het onderstel. Bijzonder voor de locs van deze leeftijd zijn de opgezette stangen, handels, ed. Opvallend zijn de centraal onder het dak geplaatste lampjes, die bereikbaar zijn via een klepje. Van hieruit wordt het licht via geleiders naar de koplampunits geleid. De lichtopbrengst is waardeloos. Bovendien kunnen de gloeilampjes bij digitaal gebruik zodanig heet worden dat het kunststof in de omgeving vervormd. Beide locs hebben een machinist achter de stuurknuppel.

De verschillen tussen deze twee versie zijn beperkt. Het meest in het oog springend, is de scherpere bedrukking van de bedrijfsnummers op de cabines. Minder opvallend is dat de stroomafname in de jongste versie iets uitgebreider is. Of het toeval was of niet, de oudere versie had een onoplosbare krakende en piepende aandrijving in een van de draaistellen, terwijl het andere draaistel geheel vast zat vanwege, zo bleek later, een gebroken tandwiel. Voor de vervanging van onderdelen is een 2e exemplaar uit de 2e serie gekocht.


Het openen van de loc gaat met saté prikkers of een plastic pasje dat tussen het onderstel en de kap wordt geschoven. Na opening is de motor en de aandrijving zichtbaar. De 216 is verzwaard met twee loodblokken.

Zaken die zoal gerepareerd/vervangen zijn bij de oudste 216:

-Het lijmen van los liggende en bij liggende raampjes.

-Vervangen van twee gebroken buffers door metalen exemplaren.

-Plaatsen van een ontbrekende stang aan de voorzijde onder de cabine ramen.

-Het vervangen van de oude draaistellen door draaistellen uit de nieuwe versie.

 

De draaistelhouders van de jongste versie, zijn vrijwel identiek aan die van de oude versie. Bij montage aan het (oude) onderstel blijkt dat de openingen, waar de draaistellen in hangen, aan de 'voorzijden' net wat kleiner zijn dan bij de nieuwe versie.
Gebruik van het oude onderstel had de voorkeur boven het jonge onderstel omdat die in een betere staat was.
Dat betekent dus dat de draaistelopeningen vergroot zijn.

Beide locs zijn uitgerust met een kortkoppelingmechaniek van Symoba.
De bestaande koppelingen en koppelhuisjes zijn verwijderd.
Om hiervoor plaats te maken is een deel van het front aan de onderzijde verwijderd.

Links: gekoppeld met een Trix BR 323 zonder kortkoppeling.
Rechts: gekoppeld met een Roco BR 144 met kortkoppeling. 

 

Beide locs zij uitgerust met ledverlichting. De frontverlichting is vervangen door warm witte 2mm leds. Tevens is sluit(led)verlichting is geplaatst. Het plaatsen van de leds en de weerstand is een heel gepriegel, maar het resultaat is prima.

 

De oude en de nieuwe verlichting. 

De decoders geplaatst. De oude versie heeft een Kühn decoder de andere een Lokpilot.

 

Beide locs rijden meer dan gemiddeld goed. De rijeigenschappen van deze locs uit de jaren ’70 doen sterk aan Roco locs denken. Het 2,1mm Roco-line railprofiel levert geen problemen op. Wissels en kruisingen worden probleemloos gepasseerd. De trekkracht is voor een realistische trein is meer dan voldoende. Twee topmodelletjes van de jaren ´70.